Boek
Nederlands
Fotografische heruitgave van de experimentele dichtbundel uit 1921.
Titel
Bezette stad / Paul van Ostaijen ; originaalhoutsneden en tekeningen van Oskar Jespers
Auteur
Paul Van Ostaijen
Nawoord
Erik Spinoy
Taal
Nederlands
Uitgever
Amsterdam: Boom Uitgevers, copyright 2021
[156], XIII p. : ill.
Aantekening
Facsimile-heruitgave van de 1ste dr. : Antwerpen : Sienjaal, 1921
ISBN
9789024437399 (paperback)

Besprekingen

BOEM, zoals toen

Bij verjaardagen horen geschenken. De facsimile van Bezette stad is voor Van Ostaijen-fans een zeer fraai cadeau.

Het klinkt smalend en zo bedoelde Paul van Ostaijen (1896-1928) het ook als hij in zijn poëzieboek Bezette stad (1921) een 'slimmerik' citeert met de oproep 'Allons travailler'. Op de volgende bladzijde voegt Van Ostaijen er over die slimmerik nog ten overvloede aan toe: 'en zuipt Bourgogne'. Wie kan daarmee zijn bedoeld, vraagt de Luikse hoogleraar Erik Spinoy zich af in het jongste nummer van Zuurv rij, het immer prettige en informatieve tijdschrift van het Antwerpse Letterenhuis. Spinoy maakt aannemelijk dat het gaat om Emile Vandervelde, patron van de Belgische Werkliedenpartij (BWP), zoals de sociaaldemocratie zich toen noemde, en sinds 1916 minister, eerst zonder portefeuille en na de Eerste Wereldoorlog op de post van Justitie.

Met Vandervelde had de BWP zich, voor het eerst in haar geschiedenis (en vooral geholpen door de oorlogsomstandigheden), geïntegreerd in het Belgische bestel - vandaar de bourgogne. Daar sluit ook dat 'allons travailler' bij aan. Het …Lees verder

'Een kloot, hij zal arm sterven, ongelezen'

22 februari is de 125ste geboortedag van Paul van Ostaijen, begin april is het een eeuw geleden dat zijn iconische dichtbundel Bezette stad verscheen. Hij schreef dit unieke meesterwerk van het literaire modernisme in Berlijn, in existentiële wanhoop.

Hij was 22, zij drie jaar ouder, toen ze in oktober 1918, op het einde van de Eerste Wereldoorlog en van de Duitse bezetting, van Antwerpen naar Berlijn vluchtten. Ze strandden in een huurkazerne in de Wilhelm­strasse. Samenwonen was een extraatje, maar vooral een financiële noodzaak. In Antwerpen hadden Paul van Ostaijen, die tot dan bij zijn ouders woonde, en zijn flamboyante vriendin Emma Clément zich verbrand in de collaboratie, hij politiek, zij in de omgang met Duitse officieren.

Voor Van Ostaijen zou uiteindelijk elf maanden ­gevangenis dreigen. Hij had meegewerkt aan activistische, Vlaams-nationalistische kranten. Het stads­bestuur, waar hij als klerk voor werkte, ontsloeg hem. En dan wist het gerecht nog niets van zijn 'ergste' engagement, als 'adjudant-kolonel', tweede in rang van een nog op te richten, door de bezetter gecontroleerde, activistische militie annex geheime politie.

Het flamingantisme had hem in de collaboratie gebracht,…Lees verder

Sidderend van leven

Honderd jaar na verschijnen is Bezette stad van Paul van Ostaijen nog steeds een feest om te lezen. Het is wachten op poëzie die hetzelfde gevoel van vrijheid tot uitdrukking brengt. In de nieuwe bundel Besmette stad, met reacties op de Vlaamse dichter, is dat nog niet gelukt.

Als het voorjaar te vroeg komt, weet je dat er dingen verkeerd lopen. Zo kon het vorige maand gebeuren dat met de eerste serieuze zonnestralen van het jaar de parken vol met mensen stroomden. In Amsterdam moest de gemeente meerdere opeenvolgende dagen de toegangspoorten tot het Vondelpark sluiten. Hordes jongeren hadden schoon genoeg van het binnen zitten en besloten in het lege hart van de hoofdstad te doen alsof besmettingen niet bestonden. Vondel, die op zijn monumentale stoel hoog boven hen uittorende, zag het onbewogen aan. Konden standbeelden bewegen, dan was er ongetwijfeld een kleine glimlach op zijn gezicht verschenen, want het leven barstte los en deed dat aan de voeten van een dichter.

Om die reden moest ik bij deze spontane uitbarsting denken aan een werk dat honderd jaar geleden verscheen en nu opnieuw is uitgegeven. In april 1921 publiceerde de op dat moment 25-jarige Paul van Ostaijen Bezette stad, een absoluut hoogtepunt uit de Nederlandstalige lyriek van de …Lees verder

Hoewel de bundel tegenwoordig als het hoogtepunt van de Nederlandstalige historische avant-garde wordt beschouwd, stootte Bezette stad bij zijn verschijnen in 1921 op ‘een muur van onbegrip’ (dixit Geert Buelens). Zelfs latere avant-gardevoormannen als Michel Seuphor en Theo van Doesburg hadden geen goed woord voor de bundel over. Seuphor schreef in Het Overzicht dat hij niet kon geloven dat Van Ostaijen Bezette stad had uitgegeven met ‘maar enigszins artistieke bedoelingen’ en Van Doesburg had het in De Stijl over ‘dik geïmiteer van fransche litératuursport’. De bundel, die in eigen beheer onder het imprint Het Sienjaal in een oplage van 540 exemplaren werd uitgebracht, werd geen verkoopsucces, ondanks de blitse oranje buikband met daarop ironisch bedoelde slogans als: ‘een boek zonder bijbelse schoonheid / een boek voor royalisten en republikeinen / voor dokters en analfabeten / een boek met een register van al de beroemde liedjes der tien laatste jaren …Lees verder
Alleen achterop het boek wordt in enkele regels actuele informatie gegeven over deze verder strikt fotografische herdruk van dit typografische hoogtepunt waarin met liedjes, reclame- en filmbeelden in een ritmische melodie de gevolgen worden opgeroepen van de totaal onverwachte bomaanval vanuit een zeppelin op Antwerpen; nu precies een eeuw geleden. Dit boeiende visuele gedicht is vaak besproken en herdrukt, nog in 2010, maar niet met de originele kleuren en omslag en in het formaat en met zelfs het velletje “storende errata” van de eerste druk waarvan in 1921 550 ex. verschenen, opgedragen aan Mijnheer Zoënzo, Nu, een eeuw later, wordt dit meesterwerk met zijn in- en uitvallen in rood en zwart, in handschrift en diverse druk weer volledig recht gedaan. De experimentele dichter (1896-1928) geldt dan ook als een wonderkind en dit unieke werk kreeg ongekende invloed en wordt nog altijd bewonderd om het plezier en de originaliteit die de tragiek en ellende op volstrekt ongewone wijze doe…Lees verder

Over Paul Van Ostaijen

Leopold Andreas (Paul) van Ostaijen (Antwerpen, 22 februari 1896 – Miavoye-Anthée, 18 maart 1928) was een modernistisch Vlaams dichter en prozaschrijver. Bij het grote publiek is hij vooral bekend om gedichten als Huldegedicht aan Singer, Rijke Armoede van de Trekharmonica, Alpejagerslied, Boem Paukeslag, Avondgeluiden, Melopee en Marc groet 's morgens de dingen. Op het einde van de Eerste Wereldoorlog is hij naar Duitsland gevlucht.

Biografie

Jeugdjaren

Paul van Ostaijen was het jongste kind van een Nederlandse vader, afkomstig uit Steenbergen, en een Belgische moeder, afkomstig uit Rekem. Bij zijn geboorte kreeg hij de Nederlandse nationaliteit. Op zijn tweeëntwintigste verkreeg hij ook de Belgische nationaliteit.

Op de middelbare school in Antwerpen stond Van Ostaijen bekend als een enfant terrible. Na van het Antwerpse Onze-Lieve-Vr…Lees verder op Wikipedia