Details
186 p.
Besprekingen
De Volkskrant
Hij beloofde zijn 5-jarige zoon dat ze morgen naar de dierentuin zouden gaan. Maar Aleksandr Skorobogatov trok in Moskou de deur achter zich dicht en vertrok naar Antwerpen.
Pas tien jaar later ziet hij zijn zoon weer, naakt op een ijzeren tafel in een mortuarium.
Steeds wanneer je denkt, het kan niet erger - dan kan dat toch. Daar in het mortuarium ziet de schrijver uit Antwerpen de jongen wel, maar herkent hij hem niet. Zijn lichaam toegetakeld, zijn gezicht gehavend. De zoon is op brute wijze vermoord. Dit is schrijven in de diepste krochten van verdriet en schaamte. Bij de begrafenis realiseert de schrijver zich dat hij noch bij de geboorte, noch bij de dood van zijn zoon aanwezig was.
Bij de rechtbank in Moskou, die ook nog eens naast die vervloekte dierentuin staat, hoort hij lange celstraffen voor de daders, maar overmant hem de overtuiging dat niet het drietal door een priester opgehitste sadisten, maar hijzelf in de beklaagdenbank had moeten zitten.
Een goede zoon, een slechte vader. En dat allemaal terwijl de toen 15-jarige zoon vlak voor de moord nog contact zocht.
Skorobogatov is geboren in Belarus, studeerde aan het prestigieuze Gorki-instituut in Moskou en publiceerde vlak voor de val van de Sovjet-Unie zijn eerste verhalen. In 1992 verhuisde hij naar Antwerpen, waar hij sindsdien furore maakt als schrijver van vaak gitzwarte romans die in het buitenland soms beter worden ontvangen dan in ons taalgebied.
In Achter de donkere wouden doet hij het onmogelijke: hij schrijft waarover hij niet kan spreken. De briefvorm, de herhalingen (mijn lieve jongen, mijn zoon) zijn bezweringsformules die vorm moeten geven aan het verdriet. In dit boek geen houvast, geen handleiding. De pijn is ruw omgezet naar tekst.
De scènes op de begraafplaats in Moskou gaan door merg en been. Het is een moment dat in tijd en vooral in tekst minutieus is vastgelegd. We zien een heuvel, de doodgravers met spades, een handvol betraande aarde. Nergens wil hij de jongen meer loslaten. Uit de kinderdromen van zijn zoon destilleert Skorobogatov een mythische Vuurleeuw, die dan wel geen houvast, maar wel een beetje richting kan geven voorbij het rouwproces.
De oplettende lezer herkent niet alleen christelijke symboliek, maar vooral ook een hit van de Russische rockgroep Aquarium. Achter de donkere wouden ligt een stad met gouden koepels, waar dieren van ongekende schoonheid lopen, en er altijd een ster voor iemand straalt.
Die stad met de gouden koepels is geen mythisch Moskou. Tegen het einde neemt het boek een politieke wending. De brute moord is immers geen toeval, de drie sadisten die een onschuldige tiener het leven ontnamen, zijn de vleesgeworden bevestiging van een land waar misdaad loont. Poetin komt voor als 'die kwaadaardige dwerg' die toestemming geeft om te martelen, folteren en doden, zoals de priester ooit de foltering van de jongen zegende. Zijn vader heeft een prachtig monument voor hem opgericht.